De website van Kaat Roozal

Mijn crème

Ik heb nog nauwelijks drie uur voordat ik op de luchthaven moet zijn, als ik ontdek dat mijn potje gezichtscrème te leeg is voor een week vakantie. Ik besluit snel bij de drogist langs te gaan. Alleen daar wordt mijn favoriete crème nog verkocht: goedkoop en onovertroffen.

De crème is ook hier uit het assortiment gehaald en vervangen door een nieuwe crème waardoor mijn rimpels gegarandeerd minder worden, zie ik teleurgesteld.

Ik heb precies de prijs van de crème aan losse munten in mijn portemonnee.

'Nog één cent graag,' zegt de verkoopster.

'Op het kaartje staat € 3,29,' antwoord ik.

'Dat klopt, maar we ronden af.'

Ik heb geen cent meer en toon haar het vakje in mijn portemonnee.

'Misschien kunt u pinnen, maar dan moet ik wel tien eurocent extra rekenen.'

'Ik wil niet pinnen, ik betaal u het bedrag op het prijskaartje!'

Ik neem het potje van de toonbank en vertrek. Het meisje drukt op de bel voor de bedrijfsleidster.

'Mevrouw weigert het juiste bedrag te betalen,' legt het meisje uit.

'Dat is dan winkeldiefstal,' stelt de bedrijfsleidster vast. Oké, ik ben bijna zover dat ik aangehouden wil worden.

'Mevrouw, u prijst dat waardeloze potje op € 3,29 . Ik betaal u 3,29 en ga nu weg met mijn potje crème!'

Een derde verkoopster legt mij uit hoe het systeem van afronden werkt. Het gaat om het principe. Ik reken de drie dames voor wat de tien minuten principes - keer drie - het bedrijf kost. De rij achter me groeit. Er wordt gemord.

'Oké mevrouw, we zullen deze keer coulant zijn. U krijgt die cent van ons cadeau.'

Grommend verlaat ik de winkel. Ik wil geen cent uit eigen zak cadeau. Ik wil een potje crème van mijn eigen merk!

Ochtend op Terschelling

Sjef is ziek en glipt om zeven uur 's ochtends de tent uit. Hij verdwijnt in het bos. Terugfluiten kan niet op dit tijdstip, de camping slaapt eindelijk.

In mijn slaapshirt en slipje, wandelschoenen los aan mijn voeten, ga ik achter hem aan. Hij is een eind verder op het pad, zoekend naar een goede plek voor zijn behoefte.

Ik kom op de route die ik hier dagelijks door het bos loop met hem, zelden iemand tegen. Ik besluit het erop te wagen, we gaan maar meteen onze ronde doen. Fris is het wel.

We ontmoeten tot mijn verbazing een ouder eilander echtpaar met hun boerenfox. Ik zie ze denken: 'Het moet niet gekker worden. Een schaars geklede middelbare dame in het bos.'

Ik trek aan mijn T-shirt om mijn koude billen te bedekken. Ze kijken verbaasd naar mijn shirt met twee meisjes met bloemenkorfjes. Daaronder de tekst: KIJK ONS NOU.

Op mijn wiebelende borsten: MEIDEN ♥♥ MEIDEN.

'Sorry hoor, hond ziek,' mompel ik.

Een jogger nadert. Ook hij kijkt verbaasd naar de blootbenige dame op dit vroege uur in het bos. Hij kijkt nogmaals om en nog eens.

Een oude eilander met stok en hond nadert langzaam. Ik zou het liefst even achter een boom verdwijnen, maar dat zou pas echt de aandacht trekken. Ik hoop dat hij slechte ogen heeft. Ik houd mijn armen gekruist voor mijn borsten.

'Goedemorgen,' groet ik, alsof het doodnormaal is dat ik daar, amper gekleed, in de kou loop.

'Tja,' mompelt hij.

Als hij gepasseerd is kijkt hij om. En nog eens en nog eens. Dan pas herinner ik mij de tekst achter op mijn rug. In supergrote letters staat er: KIJK MIJ NOU!!

En dat is precies wat de eilanders deze ochtend doen.

Toilet

Van alle ontberingen op onze Franse camping is het ontbreken van een echt toilet wel het meest ingrijpend. Wat een land met die hurkdingen!

Mijn hurkvermogen is beperkt sinds ik een hernia heb gehad. Ik draag op vakantie het liefst mijn wijde Turkse broek met paarse bloemetjes en een simpel elastiekje bovenin.

Op het toilet, waar ik meestal pas arriveer bij erge nood, trek ik eerst mijn wijde broekspijpen omhoog, anders hangen ze straks in de kledder. Dan plaats ik mijn voeten op de twee verhoogde stapstenen. Terwijl ik acrobatisch met mijn pijpen tussen mijn knieën worstel, trek ik mijn broek en onderbroek omlaag. Omdat de broek zo wijd is, moet ik het geheel met een knuist, samen met mijn opgetrokken broekspijpen, tussen mijn knieën samengedrukt houden. Dan moet ik met mijn andere hand, die ook nog de toiletrol omklemt, de beugel aan de muur als steun gebruiken. Vervolgens diep genoeg hurken en precies boven het gat, als het al niet te laat is. Als ik niet goed richt, krijg ik natte schoenen. Pfoeh!

Dan doortrekken. Een ferme ruk aan het touw. Met donderend geraas spuit het water alle kanten op, nadat ik me schielijk op het droge heb begeven. De deur opent onhandig naar binnen, zodat ik weer in de nattigheid moet gaan staan (let op de broekspijpen!) om me naar buiten te wurmen. Hoe krijgen oude stijve Franse vrouwen dit voor elkaar? Ik spreek te weinig Frans om het uitvoerig met ze door te nemen.

Veertien dagen heb ik om te oefenen. Vastbesloten verbeter ik elke dag mijn techniek. Ik zal de ideale methode vinden!

Lampje

Er blijft een lampje branden op mijn dashboard. Een poppetje met een rondje. Geen idee wat dat kan zijn. Ik besluit mijn garage te bellen. Ook volgens de advertentie: hét adres voor alle mobiliteitsvragen. Hoewel, mobiliteitsvragen? Ik heb gewoon een raar lampje.

'U spreekt met garage de Vries. Om u nog beter van dienst te kunnen zijn vragen we u een keuze te maken. Belt u voor een servicebeurt of APK toets één.'

Gelijk een beurt is wat veel, denk ik.

'Wilt u een afspraak maken voor een bezoek aan de showroom of een testrit, toets twee.'

Een nieuwe auto zou leuk zijn, maar eerst even dit lampje.

'Wilt u worden doorverbonden met ons technisch expertisecentrum, toets drie.'

Klinkt te chique voor een simpel lampje.

'Wilt u een auto of aanhangwagen huren, toets vier.'

Zo kapot zal hij toch niet zijn? Wat hebben ze nog meer?

'Wilt u worden doorverbonden met de telefoniste, toets vijf.'

Telefoniste? Zou die verstand hebben van lampjes? Nee, dan toch maar dat expertisecentrum. Twee of drie, wat was het nou?

'U heeft geen keuze gemaakt, we verbinden u door met de telefoniste.'

'Goedemorgen, met Chantal, waarmee kan ik u helpen?'

'Goedemorgen Chantal. Ik heb een bestelauto en nu blijft er steeds een lampje branden. Kan dat kwaad, denk je?'

'Ik verbind u door met ons technisch expertisecentrum.'

'Is het een oranje lampje van een poppetje met een airbag voor zich, aan de rechterkant van uw dashboard?' vraagt de technisch expert.

'Ja!' roep ik verheugd. 'Dat is het! Een airbaglampje.'

'Als het rechts zit, kan het geen kwaad. U heeft namelijk geen airbag rechts. Dat klopt toch, hè.'

'Ja, dat klopt!' Ik word steeds blijer van zoveel kennis.

'Dat hebben ze wel meer, deze modellen. Ze hebben geen airbag ingebouwd maar wel het lampje dat erbij hoort. En soms doet dat raar. Geen paniek, niks aan de hand.'

'Dank je, meneer de expert. Ik ben heel blij met dit antwoord op mijn mobiliteitsvraag.'

Wat zijn ze knap tegenwoordig, bedenk ik als ik ophang.

Tachtig cent

De broodjeszaak in ons station probeert zijn klefvet-imago kwijt te raken. In de vitrine liggen, naast de broodjes, prachtige geelrode appels te glimmen. Daar heb ik zin in, al is tachtig cent wel wat veel. Ik bestel een appel en houd mijn hand alvast op.

De verkoper legt zorgvuldig een servetje op de toonbank. Met een grote suikertang selecteert hij een appel en vervolgens - zonder hem met de vingers aan te raken - wordt die met een tweede servetje opgepoetst.

Dan wordt de appel met de tang op het eerste servetje gelegd.

Sprakeloos kijk ik de jongen achter de balie aan.

'Is het niet oké?' vraagt hij.

'Jawel,' schutter ik, 'maar ik begrijp ineens waarom hij tachtig cent moet kosten.'

(geplaatst in ik@NRC)

Blote kontjes

engel

Dit jaar wordt het een kerstboom met vogeltjes, heb ik bedacht. De winkels worden afgestruind en dan heb ik een leuke verzameling kitschvogeltjes met staarten van kleurige veren.

Piet en Doortje, mijn twee kanaries die los door de kamer vliegen, bekijken tijdens het optuigen van de boom mijn verrichtingen met belangstelling.

De volgende ochtend sta ik uren later op dan de kanaries. Ze hebben zich niet verveeld. Trots showt Doortje mij haar nieuwe nest op de bodem van de kooi. Roze, turkoois, paars en rood. Zacht en donzig.

Vanuit de boom kijken de kunstvogels mij met hun blote kontjes droef aan.

Top comfort

Keurig in het pak, zijn aktetas in de winkelwagen, staat hij zich heel ongemakkelijk te voelen tussen de schappen in de super. Hij pakt zijn mobiel en drukt een toets, zijn blik strak gericht op de gezichtscrèmes en de shampoo.

'Nee, schatje, ik moet mama zelf hebben, roep haar nou maar.'

...

'Dan vraag je of ze er even vanaf komt.'

...

'Breng de telefoon dan even naar haar toe. Ja, dat kan wel! Dan bons je maar even op de deur.'

Hij staart nog eens naar zijn briefje. Herschikt de bloemkool, de wortels en de appels in zijn karretje. Zijn rechtervoet tikt ongeduldig op de vloer.

'Hè, hè, eindelijk. Welk merk moet je?'

...

'Zet er dan bij welke! Hoe kan ik dat nou weten?'

...

'Nee, natuurlijk zie ik niet wat jij allemaal voor vrouwendingen op de wastafel hebt staan. Als ik dat ook nog allemaal bij moet houden.'

...

'Ja, natuurlijk neem ik een pakje mee, maar ze hebben wel twintig merken. En verschillende maten of zo.'

Hij kijkt schichtig over zijn schouder naar het schap achter zich.

'Met wat? Wat is dat dan?'

...

'Ja, ik zie het. Top comfort, ja. Staat erop. Zestien of tweeëndertig?'

...

Hij pakt een familieverpakking uit het schap. Kijkt op het prijskaartje dat eronder hangt.

'Weet je wel wat die kosten, schat?'

...

'Nee, nee, dat kan me niet schelen. Natuurlijk niet als je deze wilt, maar ze hebben ook een huismerk. Je neemt toch altijd huismerk. Dat dacht ik tenminste. Of niet?'

...

'Nee, nee, ik vind het echt geen punt. Dat is niet waarom ik het zeg. Neehee! Oké, tot zo.'

Hij kijkt nog eens op het pakje, kijkt om zich heen of niemand hem bespiedt. Dan legt hij het pakje tampons in zijn karretje en legt er snel een zak wortels op.

Opgelucht loopt hij richting kassa. Daar frommelt hij het pakje tussen twee broden op de band. Het kassameisje lacht hem begripvol toe.

(geplaatst in dagblad De Pers)